Geschiedenis van het klooster van de Heilige Profeet Elias


De skite (een leef- en werkgemeenschap van orthodoxe monniken) van de H. Profeet Elias te Sint Hubert, een kerkdorp in de gemeente Mill in de provincie Noord-Brabant, is gesticht in 1972 door Archimandriet Pachom (van Neerven) (1935 - 2007). Geboren als katholieke Brabander, wilde hij al vanaf zijn kinderjaren kloosterling worden. In 1962 deed hij een eerste poging in Frankrijk, waar hij al snel ontdekte dat de Franse religieuze sfeer en haar jargon hem wel altijd vreemd zouden blijven. Hij was Nederlander en wilde in Nederland blijven, ook geestelijk. Als katholiek volgde hij natuurlijk de gebeurtenissen van het tweede Vaticaanse Concilie op de voet. Door zijn interesse voor het monnikenlevcn en de liturgische beweging van de jaren vijftig voorbereid, leerde hij tijdens zijn studie in Nijmegen de Orthodoxie kennen en waarderen.

aanbouw.jpg

Toen in 1970 de ouders van broeder Pachom overleden, kwamen er financiële middelen waarmee hij in 1972 - met de zegen van bisschop Dionyssios van Rotterdam (overleden in 1976) - de skite van de H. Elias stichtte.

Broeder Pachom wilde graag ergens in Brabant wonen; het was de makelaar, die hem naar Sint Hubert bracht. Het huis werd gekocht en verbouwd, de kerk werd ingericht en met Kerstmis 1972 kwam aartspriester Jan Haveman er de eerste liturgie celebreren.

Daar zat broeder Pachom dan: moederziel alleen met geen enkele orthodoxe gelovige in de wijde omtrek Eén keer in de maand kwam Vader Jan de H. Liturgie celebreren en verder was broeder Pachom alleen. Bovendien was hij zonder inkomsten: de erfenis was opgegaan aan de stichting. Er waren geen schulden, maar er was ook geen geld: hij moest dus buitenshuis gaan werken. Hij vond een betrekking bij de administratie van een scholengemeenschap, het Elzendaal-college in Boxmeer, waar hij gewerkt heeft tot zijn ziekte hem dat in 1991 onmogelijk maakte.

wijding.jpg

Met Kerstmis 1973 was de eerste opneming in de Kerk: de huidige lezer Jan Boeijen, met Pasen 1974, gevolgd door de huidige koorleider Theo de Best. Eveneens in 1974 werd Vader Pachom, opgenomen in het Russisch- Orthodoxe aartsbisdom van West-Europa onder de jurisdictie van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en door Mgr. Georges (Tarasoff) op 4 november tot hiëromonnik gewijd. Van toen af kon er regelmatig de H. Liturgie gevierd worden en kon er een parochie ontstaan, die in 1982 door Mgr. Georges (Wagner) officieel werd opgericht.

Begin 1984 kwam een leerling van de school waar Vader Pachom werkte in het klooster wonen, om beter te kunnen studeren. Tot ieders - ook zijn eigen - verbazing begon hij zich voor het kerkelijk leven te interesseren. Eind 1984 werd hij in de Kerk opgenomen en na zijn eindexamen in 1985 verklaarde hij als novice in het klooster te willen intreden. Vader Pachom werd in datzelfde jaar tot Hegoumen (abt) gewijd.

In die tijd kwam ook Moeder Maria (Hulsker) - nu Hegoumena van het klooster van de Geboorte van de Moeder Gods in Asten - in het tuinhuisje van het klooster wonen, om van daaruit haar eigen stichting, die in 1987 tot stand kwam, voor te bereiden.

Broeder Petrus deed in St. Hubert twee jaar noviciaat. Deze tijd gebruikte hij ook om intensief Grieks en Frans te leren. Als rassofoor ging hij in 1987 naar Parijs om aan het Institut St. Serge theologie te studeren. In 1991, na het behalen van zijn licentiaat, werd hij door Vader Pachom tot monnik-stavrofoor gewijd onder de naam Serafim en vervolgens door Mgr. Georges tot hiërodiaken en op 5 juli 1992 tot hiëromonnik gewijd. In 1991 werd Vader Pachom tot Archimandriet verheven.

In 1991 moest Vader Pachom voor enkele maanden in het ziekenhuis worden opgenomen. Omdat broeder Petrus toen nog in Parijs studeerde, vroeg hij een parochiaan - Anton van Heel, die juist was teruggekeerd uit Polen, waar hij een tijd gewoond had in het klooster van de H. Onufrios - of hij zolang op het klooster wilde passen. Op 1 oktober 1991 begon hij zijn noviciaat en op 1 oktober 1994 werd hij door Vader Pachom tot rassofoor gewijd.

Zoals Vader Pachom dat lange tijd gedaan heeft, zijn ook Vader Serafim en broeder Anton buitenshuis gaan werken. Dat werken buitenshuis, dat door de omstandigheden (of liever door de Voorzienigheid) wordt opgelegd, bepaalt in belangrijke mate de gang van zaken en ook de sfeer in het klooster; het heeft voor- en nadelen. Het belangrijkste nadeel is, dat de Heilige Diensten door de week maar kort zijn: 's morgens de Heilige Liturgie of de Metten of de Uren; 's avonds de Vespers. In de weekeinden werden de Diensten uitgebreider gedaan.

pachomweb.jpg

Het werk buitenshuis maakte het onmogelijk om in een isolement te leven. Voor de onverstoorbaarheid van het bidden is dat negatief; maar voor de pastorale instelling eerder positief. Net als de gelovigen worden de monniken dag-in-dag-uit geconfronteerd met de secularisatie, de geloofsafval en de onverschilligheid die de samenleving steeds meer kenmerken - helaas ook binnen sommige kerkgenootschappen.

Wat de monniken hier tegenoverstellen is niet zozeer een levensbeschouwing of wat ethische principes, maar veeleer de stralende tegenwoordigheid van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus Zelf. In Zijn barmhartigheid verwaardigt Hij Zich om in Sint Hubert bij ons te verblijven. Dat alleen maakt het mogelijk om door alle teleurstellingen en beproevingen heen, als diepste emotie, de dankbaarheid te voelen jegens Hem, 'om Zijn grote heerlijkheid'.